Beperking

Als ouder ben je altijd bezig met je kind(eren). Zolang je kind zich normaal ontwikkelt, maak je je geen zorgen. Maar het kan ook anders verlopen. Soms wordt vlak na de geboorte van je kind al duidelijk dat er iets mis is. Het komt ook voor dat er pas tijdens de schoolperiode problemen aan het licht komen. Je kind blijft achter in de ontwikkeling en je hebt het vermoeden dat er iets aan de hand is. Dan komen er vragen als: 'Wat is er met mijn kind aan de hand?' en 'Wat voor mogelijkheden zijn er voor mijn kind?'

Wanneer je een kindje krijgt met een handicap of een chronische ziekte kan dat veel zorgen, verdriet en angst eroorzaken. Misschien merk je zelfs gevoelens van afwijzing voor je kind. Daarvoor hoef je jezelf niet te schamen; bijna iedere ouder van een baby met een handicap of chronische ziekte krijgt er mee te maken. Het kan in het begin moeilijk zijn om het kindje áchter de ziekte of handicap te zien. Vooral als er veel medische onderzoeken of behandelingen nodig zijn. Gelukkig speelt voor bijna iedere ouder na verloop van tijd maar één gevoel de hoofdrol: de liefde voor
het kind.

Wat kan het consultatiebureau doen?

Vooral als je kind veel medische zorg nodig heeft, zul je je afvragen wat het consultatiebureau daar nog aan kan toevoegen. Bedenk dan dat de mensen op het consultatiebureau veel verstand hebben van de normale ontwikkeling van het kind. Veel kinderen, ook al zijn ze ziek of hebben ze een handicap, maken die ontwikkeling op dezelfde manier door maar bijvoorbeeld langzamer. En hebben dan ook gewone probleempjes, die niets met hun ziekte of handicap te maken hebben. Een kindje met spina bifida (open ruggetje) komt óók in de peuterpuberteit; een dreumes met Downsyndroom kan ook slaapproblemen hebben. Bedenk wat je van het consultatiebureau verwacht en praat daar over met de arts of de verpleegkundige. Wanneer je kind bij een specialist onder controle is, spreek dan af wat de beste rolverdeling tussen die specialist en de arts van het consultatiebureau is.