Eten en drinken 6-9 maanden

Nu je kind een half jaar oud is, gaat er een nieuwe wereld voor hem open. Nieuw eten, nieuw drinken, en alles uitproberen.

Hap, slik… weg?

Een van de eerste soorten vast voedsel is het groente- of fruithapje. Dit betekent voor je kleine twee veranderingen. Ten eerste proeft hij voor het eerst iets anders dan melk, en ten tweede krijgt hij dit nieuwe hapje van een lepel. Hij gaat nu leren happen en slikken. Een proces dat voor hem soms frustrerend en voor jou lachwekkend kan zijn. Hij kan gaan kiezen of kokhalzen. Dit is een goede periode om rond etenstijd een fototoestel of videocamera bij de hand te houden… Geef niet op als je kind iets niet lijkt te willen. Soms gaat een kind pas na tien keer proeven iets waarderen. Je kunt daarom het beste een paar dagen achter elkaar dezelfde groente of hetzelfde fruit geven.

Borstvoeding

Ook als je borstvoeding geeft, is het belangrijk dat je in deze periode met vaste voeding start. Borstvoeding is nog steeds een belangrijke voedingsbron. Het bevat voedingsstoffen die zich in hoeveelheid en samenstelling steeds weer automatisch aanpassen aan de behoefte van je kind. Je hoeft dus niet over te stappen op opvolgmelk, maar kunt doorgaan met het geven van borstvoeding zolang jij en je kindje dat prettig vinden.

Opvolgmelk

Geef je kunstvoeding, dan wordt het nu tijd om over te stappen op opvolgmelk. Deze bevat meer voedingstoffen en vitamine D en is beter afgestemd op de behoefte van je baby dan de zuigelingenvoeding of gewone koemelk. Tot twaalf maanden kun je deze melk, in drinkvorm of papvorm, als aanvulling op de andere voeding blijven geven.


Pap of brood

Granen kunnen worden gegeven in de vorm van pap of brood. Het levert extra energie. Geef je pap in de fles, dan moet de speen een iets groter gaatje hebben, zodat je kind de dikkere voeding goed kan drinken. Geef je een wat dikkere pap met een lepel, dan vormt het een goede overgang van vloeibare voeding naar vast voedsel. Het is goed voor de mond- en kauwontwikkeling van je kind, en helpt hem af te wennen van de speen. Vanwege de gevoeligheid van de darmen, kun je het beste starten met rijstebloem of rijstmeel. Deze bevatten geen gluten. Vanaf zes à zeven maanden kun je overstappen op een glutenbevattend bindmiddel, zoals meergranenpappen. Groeit je kind goed of lust hij geen pap, dan kun je de papfase overslaan en beginnen met brood en broodvervangers. Begin vanaf zes maanden met producten die oplossen in de mond, zoals een rijstwafel of luchtige cracker. Vanaf 7 à 8 maanden kan je kind goed kauwen en kun je hem (licht)bruin brood geven. Begin met een broodkorst van een dag oud, want oud brood plakt minder dan vers brood. En bouw dit langzaam uit naar een hele boterham. Besmeer deze met dieetmargarine en beleg, bijvoorbeeld smeerkaas, leverpastei, appelstroop of jam. Honing is niet geschikt voor kinderen jonger dan een jaar, omdat het bacteriën kan bevatten.

Fruit

Begin met zachte fruitsoorten, zoals meloen, banaan, appel, peer of perzik. Je kunt ze in eerste instantie pureren of raspen op een fijne rasp en later gewoon prakken. Fruithapjes zijn ook in een potje te krijgen. Zelf maken is goedkoper en minder fijn gepureerd, dus beter voor de mond- en kauwontwikkeling.
Zout en kruiden

Kruiden en specerijen, dus ook zout en peper, zijn nu nog een aanslag op de darmen en nieren van je kind. Ben je zelf een groot liefhebber van de pittige keuken, bereid het eten van je kind dan in ieder geval apart, totdat hij ouder dan een
jaar is.

Groente

Niet alle groenten worden met gejuich ontvangen, je kindje moet nieuwe smaken leren kennen en waarderen. Dat gaat bij iedere baby verschillend. Pureer de groenten in het begin fijn. Als je kind eraan is gewend, kun je groentestukjes grover maken. Hierdoor leert je kind goed te kauwen. Begin met nitraatarme groenten, bijvoorbeeld worteltjes, sperziebonen, bloemkool, doperwten, broccoli of snijbonen. Deze kan je baby goed verteren. Als dit goed gaat, kun je ook (maximaal twee keer per week) nitraatrijke groenten bereiden, zoals bietjes, andijvie of spinazie. Bepaalde groenten kun je beter geven wanneer je kind een jaar of ouder is, zoals ui, prei, paprika, witte kool, rode kool, savooienkool, boerenkool en rauwkost.

Aardappelen

Aardappelen kun je aan de maaltijd toevoegen als je kind groente goed kan verdragen. Je kunt de gaargekookte aardappel prakken en apart geven, of met de groente mengen als een soort ministamppot. De aardappels kun je afwisselen met witte rijst of peulvruchten. Vanaf zes à zeven maanden kun je pasta, mie, en couscous aan het menu toevoegen.

Vlees

Dagelijks een eetlepel vlees is voldoende. Je kunt ook kip, vis (let op graatjes) of een vleesvervanger geven, zoals ei of sojaproducten. Het vlees mag zachtjes gaar bakken in olie of dieetmargarine, zònder zout of kruiden. Voeg aan de warme maaltijd altijd een extra klontje dieetmargarine toe om te zorgen dat je kind voldoende vet binnenkrijgt en voldoende vitamine A en D. Én voor alle gerechten geldt: hoe ouder het kind, des te groter de stukjes.

Kant-en-klaar voeding

Ook voor de warme maaltijd zijn er verschillende potjes met kant-en-klare voeding op de markt. Handig om mee te nemen als je buiten de deur eet. Ook hiervoor geldt, net als bij de fruithap: zelf maken is goedkoper en minder fijn gepureerd, dus beter voor de mond- en kauwontwikkeling van je kind.

Voedselallergie

Het ene kind is gevoeliger dan het andere. Als allergieën in de familie voorkomen, loopt je kind een grotere kans op een voedselallergie. Is je kind gevoelig voor voedselallergie, probeer een nieuw voedingsmiddel dan voorzichtig uit en let goed op de reactie. Met vragen over voedselallergie kun je terecht bij de verpleegkundige JGZ.

Dorstlessers

Ook op drinkgebied breekt een nieuw tijdperk aan. Naast borstvoeding of zuigelingenmelk mag je kind nu meerdere drankjes. Bijvoorbeeld water, lauwe thee zonder suiker, verdund diksap of verdund vruchtensap. Als je kind te veel drinkt, heeft hij minder honger. Dus hou het op maximaal een halve liter extra vocht per dag (borstvoeding niet meegeteld). Het is beter om je kind op vaste tijden te laten drinken en hem geen flesje of tuitbeker bij zich te geven. Zijn tandjes komen dan te vaak in aanraking met de zure en zoete stoffen in het drinken.

Bekertje

Zodra je kind zelfstandig kan zitten, kun je hem leren drinken uit een bekertje. Dit is beter voor zijn tanden en hij leert er ook anders door slikken. Het helpt om te beginnen met dikke vloeistoffen zoals opvolgmelk, pap en yoghurt. Start met kleine hoeveelheden. Bouw tegelijkertijd het drinken uit de fles geleidelijk af, door bijvoorbeeld de fles alleen ’s morgens en ’s avonds te gebruiken. En overdag het bekertje aan te bieden. Wees geduldig. Het is beter om het tien keer aan te bieden dan in een keer je zin door te drukken. Rond negen maanden zijn de meeste baby’s in staat om uit een beker zonder dekseltje te drinken. Begint hij past na zijn eerste jaar met oefenen, dan kan het wel een jaar duren voordat hij de techniek onder de knie heeft.