Angstig

Peuters van 3 en 4 jaar hebben veel fantasie en een levendige verbeelding. Ze kunnen bijvoorbeeld uren gefascineerd naar kleine beestjes kijken. In hun spel brengen ze prachtige fantasieën tot leven. Van alles wordt hierbij betrokken: takjes, speelgoed, huisdieren. Door deze levendige fantasieën kan je kind ook bang worden. Peuters nemen dingen soms wel heel letterlijk. Als je zegt 'het huis staat op zijn kop', dan kan je peuter hier echt van schrikken. Of hij staat 's nachts aan je bed: 'Mam, er zit een spook in mijn kamer'. Neem peuterangsten serieus. Probeer de beleefwereld van je peuter te begrijpen. Ga bijvoorbeeld samen naar het spookje in zijn kamer kijken. Als je er een grapje over maakt, begrijpt je peuter dit waarschijnlijk niet. Hij blijft dan langer bang dan nodig is.

Van draak tot scheiding

Een jong kind ontwikkelt vaak diverse angsten. Er gebeurt van alles in het wereldje om hem heen wat hij nog niet kan verklaren. Dit werkt beangstigend. Hoe ouder je kind, hoe beter het dingen kan rationaliseren. Dit zorgt ervoor dat hij zelf kan bedenken dat er geen echte draak onder het bed ligt. Tegelijkertijd zorgt het er ook voor dat je kind vanaf een jaar of acht zich zorgen kan maken over de toekomst en daar ook bang voor kan worden. Zeker zaken als een scheiding of overlijden van een familielid, kunnen ervoor zorgen dat je kind opeens angstig wordt voor de gevolgen op langere termijn. Hierdoor kunnen er in elke levensfase onderwerpen zijn, waarover je kind zich zorgen maakt en angstig is.

Nieuwe situaties

Tot op zekere hoogte hoort angst dus bij de normale ontwikkeling van kinderen. Bang zijn kan een gezonde reactie zijn op een nieuwe of veranderende situatie in het leven. Het zorgt ervoor dat je extra goed oplet, attent bent en rustig met een nieuwe situatie om kan gaan. De lichamelijke angstreactie maakt je extra alert. Sommige mensen krijgen kippenvel bij de gedachte aan slangen. Anderen krijgen het koud als ze denken aan kleine ruimten. Behalve een lichamelijke reactie op angst, kunnen ook gedachten een grote rol spelen bij het hebben van angst. Het denken aan een ziekenhuis roept dan al weerstand op. Soms is de angst voor een situatie zo groot, dat je die situatie gaat vermijden.

Globaal kunnen we angst onderverdelen in een aantal categorieën:

 

  • angst voor reële gevaren (verkeer, dood)
  • angst voor gevaren in onze gedachten (monsters)
  • angst die ontstaat tijdens de ontwikkeling van kinderen (verlatingsangst)
  • angst die overgenomen wordt van ouders
  • angst ontstaan door traumatische gebeurtenissen (ziekenhuisopname, overlijden)


Rol ouders

Angst mag dan bij de ontwikkeling van je kind horen, het is niet leuk om mee te maken. Als ouder speel je een belangrijke rol om je kind te leren omgaan met zijn angsten. Het belangrijkste is om angst serieus te nemen. Door samen over de angst te praten, leert je kind zijn angst onder woorden te brengen. Zeg niet dat je kind zich niet moet aanstellen, maar ga op een rustige manier het gesprek aan. Andere manieren om ermee om te gaan zijn:

 

  • Informatie geven over het onderwerp, zodat je kind leert wat echt is en wat niet. Op die manier kan de fantasie niet met hem op de loop gaan.
  • Kijk samen naar datgene waar je kind bang voor is.
  • Misschien is het prettig om er een tekening over te maken.
  • In fantasiespel met poppen, lego of blokken kun je het onderwerp naar voren laten komen. Speel samen een bezoek aan de dokter na of hoe een pop bang is voor een hond. Spelenderwijs komen jullie samen misschien tot een manier om de angst te overwinnen.
  • Ook kun je stapsgewijs je kind in aanraking laten komen met datgene waar hij bang voor is. Dit gaat natuurlijk vooral om concrete zaken, zoals: angst voor dieren of het donker.
  • Een tijd van ‘bang zijn’ afspreken kan helpen: ‘je mag vijf tellen bang zijn.’
  • Verder is het belangrijk dat je kind leert om duidelijk zijn grens aan te geven om te voorkomen dat hij in paniek raak.
  • Het allerbelangrijkste blijven echter de troost en erkenning van ouder