Huilen

Je pasgeboren kindje communiceert door zijn lichaamstaal en door te huilen. Een baby huilt nooit zomaar. Hij huilt van de honger, moeheid, vanwege krampjes, uit verveling of om in slaap te komen bijvoorbeeld. In de eerste maanden leer je al die huiltjes uit elkaar te houden. Je weet dan of je direct op moet springen en naar je kind toe moet gaan. Of dat hij alleen maar even jengelt voordat hij in slaap valt. Een heel jonge baby kan wel twee tot drie uur per etmaal huilen; dat is normaal. Het einde van de middag en de avond zijn daarvoor de favoriete tijdstippen. In de meeste gevallen neemt het huilen na een aantal maanden af. Als je vindt dat je kind wel erg veel huilt, is het verstandig bij te houden hoelang en hoe vaak hij huilt. Bespreek het dan gerust op het consultatiebureau. Daar kan samen gekeken worden naar mogelijke oorzaken en oplossingen.

Troosten

Als het huilen echt doorzet, kun je je baby het beste in zijn ledikantje troosten. Wees niet bang dat je hem daarmee verwent. Kijk goed naar je kind om er achter te komen waar hij het beste op reageert. Bij de ene baby is vasthouden voldoende; het andere kindje heeft meer nodig. Ritmische bewegingen, zoals wiegen in de kinderwagen of wipstoel, werken kalmerend. Een massage of een warm bad is ook het proberen waard.

Kijk voor meer informatie over baby’s en huilen in het GGD-dossier