Ontwikkeling 1,5-2 jaar

Als er één zinnetje favoriet is bij je dreumes, dan is dat ‘zelf doen’. Je kind wil alles zelf uitproberen. Geef ‘m die kans, hij leert er ontzettend veel van. Probeer, als je tijd hebt, de verleiding te weerstaan om hem even de trap op te dragen of zijn eten te voeren omdat het sneller gaat. Met een ‘zelf doen’-dreumes staat het leven nu eenmaal in een lagere versnelling. Moedig je kind met woorden aan om het zelf te proberen en complimenteer ‘m uitbundig als het lukt. Je zíet zijn zelfvertrouwen groeien!

Héél boos

Lukt het niet? Of wordt iets verboden? Daar kan je dreumes héél boos om worden. En omdat hij dat nog niet kan vertellen, rest hem maar één middel: de driftbui. Rond deze leeftijd kan je kind enorme driftbuien krijgen, waarbij hij intens verdrietig of verontwaardigd is. Hij kan erbij gaan liggen en met zijn handjes en voetjes op de grond slaan. Laat ‘m uitrazen. Het heeft geen zin om hem te verbieden driftig te zijn of om een strijd met je kind aan te gaan. Negeer de driftbui. Als je kind tot bedaren is gekomen, troost ‘m dan met een stevige knuffel. Voor je kind is zo’n bui immers ook niet prettig.

Mag niet, mag wel

Je dreumes begint te snappen wat wel en niet mag. Hij weet, dat hij niet alle cd’s uit de kast mag trekken. Maar in het hoofdje van je kind komt dat verbod van jou en hangt het met jou samen. Dus als jij de kamer uit bent, dan geldt het niet meer. Hij begrijpt nog niet dat het verbod altijd geldt, ook als jij uit het zicht verdwijnt.

Fijne motoriek

In de tijd dat je kind heeft leren lopen, is zijn fijne motoriek ook steeds meer ontwikkeld. Hij houdt zelf zijn bestek vast. En hij kan blokjes en ander speelgoed stevig vastpakken. De kracht waarmee hij dit doet, leert hij langzaam onder controle te houden. ‘Aai hond’ betekende eerst nog een pluk haar uit zijn vacht trekken. Zachtjes aanraken en vastpakken, kun je
samen oefenen.