Ontwikkeling 2-3 jaar

Tussen de twee en drie jaar begint de gewetensvorming bij kinderen. Je kind gaat nu begrijpen waarom sommige dingen niet mogen, ook al is er niemand in de buurt om ‘m daaraan te helpen herinneren. Je kind blijft echter een impulsief wezentje dat sterk reageert op prikkels. Ook al weet jij dat jullie de afspraak hebben dat hij de tuin niet uit mag: als hij dan de overkant van de straat oma ziet aankomen, is de verleiding groot om op haar af te rennen. Blijf de afspraken dus herhalen.

Eigen willetje

Je kind krijgt een eigen willetje. Het besef breekt door dat hij iets anders kan denken, vinden en willen dan papa en mama. Dat besef moet voortdurend uitgeprobeerd worden. De woordjes ‘nee’ of ‘wil ik niet’, zul je in deze periode dan ook vaak van hem horen. Hoe lastig het ook is, deze fase hoort bij zijn ontwikkeling.

Communiceren

De woordenschat van je kind wordt steeds groter. En mede daardoor zijn de gesprekjes die je met hem kunt voeren, steeds echter en leuker. Praat veel met je peuter. Dat helpt hem om zijn woordenschat uit te breiden en om de bouw en intonatie van zinnen te herkennen. Bovendien leert hij op deze manier de sociale regels van een gesprek: ieder praat op zijn beurt. Ook als jij met andere volwassenen praat, moet je peuter leren op zijn beurt te wachten. Dat is best lastig voor je kind. Laat het wachten dan ook niet te lang duren. Liedjes, verhaaltjes en versjes blijven heel belangrijk. Ook kun je nu beginnen met eenvoudige taalspelletjes, zoals rijmwoorden verzinnen. Of breng het eerste bezoekje aan de bibliotheek, waarbij je kind zelf een voorleesboekje mag uitzoeken.

Gas terug

Peuters zijn ongeremd. Het leven is spelen, ontdekken, uitvinden. En dat doet hij met zijn hele wezentje, zijn hele lijfje en alle energie die hij in zich heeft. Sommige peuters zijn dan ook aan het einde van de dag doodmoe of helemaal doorgedraaid. Help je peuter af en toe om even gas terug te nemen. Bouw momenten van rust in door hem even op schoot te nemen, te knuffelen, samen een liedje te zingen of een verhaaltje voor te lezen.

Beperk je peuter niet

Je peuter beweegt zich nu graag en goed. Laat ‘m lekker zijn gang gaan. Blijf wel in de buurt, want een kind van deze leeftijd ziet nog geen gevaar. Soms heb je natuurlijk gewoon haast, maar wen jezelf aan, om je peuter zo veel mogelijk zelf te laten doen wat hij kan. Zelf zijn kleren uittrekken bijvoorbeeld, lukt hem steeds beter als hij dat iedere avond mag doen.

Peuterspeelzaal

Samen spelen is belangrijk om sociale vaardigheden te oefenen. Zo leert je kind speelgoed delen, om de beurt spelen en zich te verplaatsen in de gevoelens van een ander. In het spel met leeftijdgenootjes kunnen kinderen veel kwijt: humor, creativiteit en fantasie. Een plek waar je kind dit allemaal prima kan, is de peuterspeelzaal. Het is niet verplicht maar heeft wel voordelen. Een of twee ochtenden in de week naar de peuterspeelzaal is een goede voorbereiding op de basisschool. Bovendien heb je zelf dan een paar uurtjes de handen vrij.