Ontwikkeling 3-4 jaar

Oefende je kind in het vorige levensjaar zijn eigen willetje, die wil is inmiddels steeds sterker geworden. Ook de bijbehorende driftbuien kunnen heftiger zijn. De beste strategie is nog steeds om je kind te laten uitrazen en om niet de strijd aan te gaan. Een klein gesprekje en een stevige knuffel kunnen na zo’n driftbui de lucht weer klaren. Zorg er wel voor dat je tijdens dat gesprek je kind geen verwijten gaat maken en de ruzie niet opnieuw oprakelt.

Samen spelen

Je peuter kan nu echt met andere kinderen samen spelen. Vaak spelen ze de werkelijkheid na: met winkeltje spelen of de pop verzorgen. Op die manier verwerken ze hun indrukken en oefenen ze sociale vaardigheden. Je kind kan, samen met een vriendje, onbedaarlijke giechelbuien hebben.

Letterlijk

Kinderen nemen op deze leeftijd alle taal letterlijk. Ze kunnen daarom angstig reageren op sommige uitdrukkingen. Wanneer papa zegt: ‘Mama is iets later, ze zit nog even vast op haar werk’, ziet je peuter mama bij wijze van spreken vastgeketend aan haar stoel. Uitleg is dan nodig.

Taalregels

Hoewel je kind steeds beter gaat praten, lijkt het soms of hij in deze periode meer taalfouten gaat maken. Dat komt omdat je kind eerst vooral ‘op het gehoor’ praatte. Nu ontdekt hij dat taal regels heeft en hij probeert die regels toe te passen. Dat kan foutjes opleveren: ‘ik geefde het aan jou’, of ‘ik heb brood geëten’.

Taas

Je kleine babbelkous kan al prima praten en is voor iedereen goed te verstaan. Er zijn echter klanken, waar veel kinderen moeite mee hebben. Vaak zijn dat de klanken die achter in de keel gevormd worden, zoals de ‘k’ of de ‘l’. Als je driejarige ‘taas’ tegen ‘kaas’ zegt, is hij bepaald niet de enige.

Stotteren

Soms denkt het hoofdje van je peuter sneller dan zijn mondje bij kan houden. Vooral het bouwen van ingewikkelde zinnen is voor hem lastig. Dan kan het gebeuren dat je kind niet meer vloeiend praat of zelfs gaat stotteren. Dat heeft een functie: door te stotteren gunt het kind zichzelf de tijd om het einde van de zin te bedenken. Je helpt je kind door zelf rustig te praten, soms zelfs in een langzamer tempo dan je dat normaal doet. Val hem niet te snel in de rede en vul niet zelf alvast de zin in. Als het stotteren een paar maanden aanhoudt, kun je contact opnemen met het consultatiebureau. Zit stotteren in de familie, dan is het verstandig om bij de eerste tekenen van stotteren het consultatiebureau te benaderen.

Bewegen

De ontwikkeling van de motoriek blijft heel belangrijk voor je peuter. Hij ontdekt en ervaart wat hij allemaal kan met zijn lichaam. Je kind oefent al spelend de hele dag zijn lijf en roept constant om bevestiging. Kijk eens hoe goed hij kan fietsen, met de bal kan gooien, hoe hoog hij al durft te klimmen! Eindeloos blijft je kind herhalen wat hij heeft geleerd, net zo lang tot hij het helemaal kan. Ook helpt bewegen bij het voorkomen van overgewicht.