Ontwikkeling 6-9 maanden

Je kind realiseert zich dat hij een zelfstandig wezentje is. Hij is geen onderdeel van papa en mama. Hij realiseert zich daarmee ook, dat papa en mama weg kunnen gaan. Dat is voor veel kinderen een angstige gedachte. Ze gaan huilen als ze hun ouders uit het oog verliezen. Het is daarom belangrijk dat kinderen leren dat papa en mama er nog steeds zijn, ook al kun je ze niet zien. Kiekeboespelletjes zijn heel geschikt daarvoor. Mama is even weg, maar steekt meteen weer het hoofd om de deur. Zie je wel, ze is er nog!

Eenkennig

Kinderen op deze leeftijd gaan het verschil herkennen tussen vreemde en vertrouwde gezichten. Daardoor kunnen ze eenkennig worden. Veel ouders vinden het stiekem wel leuk, dat hun kind zo duidelijk zijn voorkeur voor hen boven anderen laat blijken. Maar het kan ook lastig zijn als je een keer oppas nodig hebt. Eenkennigheid kan enige maanden tot een jaar duren en gaat vanzelf over.

Communiceren

‘Bababa’ en ‘wehwehweh’. Je kind is druk met het oefenen van klankreeksen, een voorbereiding op de taal van later. Het oefent de klanken die hij kent en vindt nieuwe geluiden uit. Klanken die met de lippen gevormd worden, zijn het makkelijkst. Daarom zijn de eerste woordjes van vrijwel alle baby’s ‘papa’ en ‘mama’. Als je goed naar je kind luistert, hoor je ook klanken die in jullie taal helemaal niet voorkomen. In deze fase oefent je kind allerlei klanken. Als hij gaat praten, pikt hij uit zijn klankrepertoire de klanken die hij nodig heeft. Deze klanken vervolmaakt hij en de rest wordt vergeten. Praat veel tegen je kind en vertel waar je mee bezig bent: ‘Kijk, papa is nu aan het afwassen’, ‘mama gaat jou een schone luier aan doen’.

Vooruit

Je kind gaat vooruit. Letterlijk, want nu hij zich goed kan omrollen en misschien al zelf kan zitten, blijft hij niet meer op een plek. Het begint met tijgeren. Na een tijdje probeert hij om zijn beentjes onder zijn lijfje op te trekken om te gaan kruipen. De manier van voortbewegen verschilt per kind. De een tijgert op topsnelheid door de kamer om zo snel mogelijk bij zijn bestemming te zijn. De ander kruipt op handjes en knietjes in een rustig tempo op zoek naar iets leuks. Je kind kan ook bewegen op een manier die tussen kruipen en tijgeren in zit. Hij ontwikkelt in elk geval al zijn spieren. Zet je kind niet te veel neer. Buikligging is nog belangrijk.