Eten

Vanaf een jaar verandert er veel in de behoefte van je kind. Na de groeispurt van het eerste jaar, komt er wat rust in de groei. Dit zie je vaak terug in de eetbehoefte van je kind. Als je kind minder groeit, dan heeft het ook minder eten (energie) nodig. Zolang je kind lekker actief is en goed groeit, hoef je je geen zorgen te maken. Leren eten, doen eten, samen eten, aan tafel eten, gezond eten, gezellig samen eten. Soms gaat het gemakkelijk, soms is het een flinke strijd om je kind te laten eten en zit je met je handen in het haar.

Eigen willetje

Rond anderhalf jaar begint je kind zijn eigen ik te ontdekken en te streven naar onafhankelijkheid. Je zoon of dochter stelt eigen grenzen en heeft een eigen willetje. Soms drijft hij of zij je tot wanhoop. Iets eten wat hij niet kent, daar begint een peuter liever niet aan. “Bah”, “lus niet” en “wil niet” hoor je dan regelmatig terugkomen. Hiermee kan het eten een machtstrijd worden. Het is belangrijk om dit te voorkomen, want het is een strijd die de peuter meestal wint.

Sfeer goed houden

 

  • Het zijn niet alleen peuters die (groenten) eten het liefst overslaan. Ook oudere kinderen hebben vaak een voorkeur voor alles wat minder gezond is. Kinderen dwingen om te eten heeft een averechts effect. En kan in het ergste geval zelfs leiden tot eetstoornissen of eetweigering. Het is beter om de sfeer aan tafel goed te houden en er niet al teveel aandacht aan te besteden. Duidelijke regels en afspraken zijn wel van groot belang. Niet om het eten als straf of beloning te gebruiken, maar als een moment waarop het kind zich aan de gemaakte afspraken moet houden.
  • Tips voor een goede sfeer aan tafel
  • Voor iets oudere kinderen kan het helpen om hen aangepast eetgerei te geven zoals kinderbestek en een plastic bord. Dat maakt het eten gemakkelijker en je kind heeft minder schrik om te morsen of iets te breken.
  • Oudere kinderen vinden het vaak erg leuk om mee te helpen met het klaarmaken van de maaltijd. Stiekem eten ze dan vaak al wat mee. Ook het mogen uitkiezen van een maaltijd per week kan goed helpen.
  • Heb je twijfels over de hoeveelheid die je kind eet? houd dan eens een week een eetdagboek bij. Schrijf alles op wat je kind in die week eet aan maaltijden en tussendoortjes. Vaak zul je merken dat je zoon of dochter meer binnen krijgt dan je denkt.
  • Voor jongere kinderen is het vaak leuk om met de anderen aan tafel te zitten. dus niet als eerste eten en vervolgens in de box worden gezet zodat de andere familieleden 'rustig' kunnen eten.
  • Geef kleine porties, dat kan voor een kind stimulerend zijn. Zo kan het ook het plezier ervaren zijn bord leeg te eten.
  • Reageer hier positief op, bijvoorbeeld: “Wat flink! Je hebt heel je bord leeggegeten!”
  • Betrek de kinderen bij het voorbereiden van de maaltijd. Kinderen kunnen goed meedenken over wat ze willen eten. Laat ze bijvoorbeeld het toetje bedenken. Vraag wat er nog meer in de soep zou kunnen. Maar ook: praat over wat eetbaar is en wat niet. Wat dieren eten en mensen niet en waarom.
  • Geef vooraf, als je aan het koken bent stukjes rauwe groente, ze vinden dat vaak veel lekkerder dan gebakken of gekookte groenten.
  • Leer een kind proeven. De smaak van een kind ontwikkelt zich en gaat soms met sprongen en gewenning. Blijf voeding aanbieden zodat je kind eraan kan wennen.
  • Gebruik eten niet als straf of beloning. Een toetje is onderdeel van de maaltijd en bevat als zodanig voedingsstoffen die een kind nodig heeft. Variatie in het toetje kan natuurlijk wel.
  • Neem rust voor de maaltijden. In veel gezinnen is er haast bij het ontbijt omdat iedereen op tijd op werk, speelzaal of school moet zijn. Probeer de avondmaaltijd als rustmoment te houden voor het hele gezin. Praat samen over de dag en wat iedereen heeft gedaan.
  • Eet op een vast, niet te laat, tijdstip. Kinderen die honger krijgen, worden vervelend. Ze gaan jengelen en klieren. Op tijd en samen gaan eten kan dit voorkomen. Samen eten zorgt er ook voor dat kinderen het goede voorbeeld van hun ouders kunnen overnemen.


Mocht je toch twijfels houden over de hoeveelheid eten of het soort eten dat je kind binnen krijgt, neem dan contact op met de huisarts of (tot vier jaar) de arts van het consultatiebureau om je twijfels te bespreken.