Als je kind niet in wilt slapen, dan kan dat erg frustrerend zijn. Zowel voor je zoon of dochter als jezelf. Misschien dat onderstaande tips je verder kunnen helpen.
- Zorg voor vaste bedtijden, ook in het weekend.
- Zorg voor veiligheid overdag. Een kind dat de hele dag mee moet praten met volwassenen, mee mag beslissen over alles en teveel ruimte krijgt, zal ’s avonds nog alert zijn. Hij kan niet tot rust komen en daardoor moeilijk inslapen.
- Laat je kind voldoende bewegen, vooral buiten. Veel beweging maakt gezond moe. De hele dag achter de tv of computer maakt je kind vooral hangerig.
- Vanaf een jaar of drie kun je kort met je kind de dag doornemen. Hoe ouder het kind, hoe meer je hem zelf laat nadenken over de voorgaande dag. Dit kun je voor een deel ook tijdens het avondeten doen.
- Werk na het avondeten rustig en volgens een min of meer vast patroon naar het slapen toe. Neem de tijd, maar rek het niet te lang. Voorkom extra drukte zoals stoeien en een druk tv-programma. Geef tijdig aan dat het moment van naar bed gaan, nadert: “nog 5 minuten spelen! Dan gaan we tandenpoetsen.”
- Wees consequent in de afspraken bij het naar bed gaan. Veel kinderen hebben een fase dat ze niet naar bed willen en alle treuzeltechnieken inzetten die ze kunnen bedenken. Dit is onderdeel van het opgroeien. Ga er als ouder niet op in, schenk geen aandacht aan dit negatieve gedrag en wees duidelijk en kordaat bij het naar bed sturen.
- Is je kind wat gespannen bij het naar bed gaan? Een massage of insmeren met crème bijvoorbeeld kan je kind helpen ontspannen.
- Als je kind ’s nachts roept: laat merken dat je er bent, maar geef weinig aandacht. Doe geen licht aan, praat weinig en ga snel weer weg. Als je kind (na verloop van tijd) merkt dat hij geen aandacht krijgt als hij je roept, is de kans groot dat het stopt. Een beloningssysteem kan dit proces ondersteunen: is je kind de hele nacht rustig geweest, niet geroepen: dan krijgt hij een sticker. Bij een x-aantal stickers volgt er een beloning. Dit kan bestaan uit samen iets leuks doen, iets lekkers of een klein cadeautje.
- Iets warms drinken voor het naar bed gaan (melk met honing / thee) helpt veel kinderen.
- Zorg voor een prettige slaapruimte: een goede temperatuur; een lichtje als je kind angstig is in het donker, donkere gordijnen en bijvoorbeeld een lievelingsknuffel. Het is belangrijk dat de slaapkamer van je kind veilig en vertrouwd is.
- Gebruik de kamer niet als ‘strafkamer’. Je kind kan dan negatieve associaties opbouwen en dat komt het slapen niet ten goede.
- Is je kind een slaapwandelaar? Zorg er dan voor dat de omgeving veilig is. Een traphekje voorkomt dat je kind de trap afrolt. Deuren op slot voorkomen dat je kind de straat op wandelt. Zorg ervoor dat je kind niet over losse snoeren of voorwerpen (op de trap) kan struikelen.
Consultatiebureau of huisarts
Wat als je kind slaapproblemen blijft houden? Afhankelijk van de leeftijd van je kind kun je contact opnemen met het consultatiebureau of de huisarts.
Moed en doorzettingsvermogen
Met hulp en adviezen van derden is het gemakkelijker om een verkeerd slaappatroon te doorbreken. Het vraagt altijd om moed en doorzettingsvermogen om een slaapprobleem aan te pakken. Het is namelijk niet gemakkelijk. Het is goed mogelijk dat je kind in eerste instantie harder gaat gillen en vaker zijn bed uitkomt. Het is echter wel bewezen dat een consequente, duidelijke en heldere aanpak goede resultaten oplevert.
