Slapen 6-9 maanden

Je kind is overdag meer wakker, dus hij beleeft veel meer. Al die indrukken moet hij verwerken en dat gebeurt in zijn slaap. Hij kan onrustig zijn en niet meer alleen in zijn kamer willen liggen. Het duurt wat langer voordat hij in slaap valt.

Naar bed brengen

Als je kind rustig is, valt hij snel in slaap. Rituelen als samen de knuffels welterusten zeggen of een liedje voor hem zingen, maken je kind rustig. Ga niet te snel weer terug als hij begint te huilen. Waarschijnlijk valt hij na een kwartiertje vanzelf in slaap.

Dromen

Rond deze tijd begint je kind te dromen. Hij kan daar ‘s nachts van wakker schrikken. Het is beter om je kind niet meteen uit bed te halen. Daarmee bevestig je zijn gevoel dat zijn kamer eng is. Houd de kamer zo donker mogelijk en probeer hem te troosten, terwijl hij in zijn bed ligt. Een nachtlampje kan helpen.