Beperking, onderwijs en dagbesteding

Steeds meer reguliere scholen zetten zich in om kinderen met een beperking onderwijs te geven. Daar kunnen ook extra middelen voor worden ingezet, bijvoorbeeld in de vorm van extra ambulante begeleiding en extra financiële middelen.

Met de rugzak naar een reguliere school (leerlinggebonden financiering)


Leerlinggebonden financiering is extra geld voor kinderen met een handicap of chronische ziekte die naar een gewone school gaan (basisonderwijs, voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs). Het extra geld is voor de school en wordt het rugzakje genoemd. De school is verplicht voor dit geld ambulante begeleiding in te kopen. Daarnaast kan de school extra leerkrachten in dienst nemen en speciaal lesmateriaal betalen om je kind goed les te geven.

Als ouder vraag je de rugzak aan. De Commissie voor Indicatiestelling (CvI) bepaalt of jouw kind in aanmerking komt voor de rugzak. Voor de rugzak is dus een indicatie nodig. De CvI's vind je bij het Regionale Expertisecentrum (REC) in jouw regio. REC-medewerkers helpen je bij het indienen van een verzoek voor indicatie.

De school maakt samen met jou afspraken over hoe ze het geld besteden en legt deze afspraken vast in een handelingsplan.

Speciale scholen als het op de gewone school niet gaat


Speciaal onderwijs is onderwijs voor kinderen en jongeren die op school meer hulp nodig hebben dan het reguliere onderwijs (= het gewone onderwijs) ze kan bieden. Ze krijgen dus veel aandacht. Behalve de onderwijzer is er een klassenassistent die de leerlingen begeleidt. De klassen in het speciaal onderwijs zijn klein en de leerlingen gebruiken aangepast lesmateriaal. De gebouwen waarin de leerlingen les krijgen zijn veelal aangepast. Ook krijgen de jongeren op school therapie en lessen in praktische vaardigheden (omgaan met geld, boodschappen doen, enzovoort).

Indicatie

Jongeren kunnen niet zomaar naar het speciaal onderwijs. Ze moeten eerst een indicatie hebben. Deskundigen gaan dus kijken of de jongere wel echt speciaal onderwijs nodig heeft. Soms kan een jongere met een rugzak toch naar het reguliere onderwijs. Het speciaal onderwijs is voor kinderen van 4 tot 20 jaar. Soms mag een kind al eerder naar school of langer blijven. De onderwijsinspecteur moet hiervoor toestemming geven.

Wet op de expertisecentra

Het speciaal onderwijs valt onder de Wet op de expertisecentra. In deze wet staat onder andere voor welke kinderen het speciaal onderwijs is, welke scholen er onder het speciaal onderwijs vallen en wat de rol is van de expertisecentra in het speciaal onderwijs. Je vindt de wet op www.wetten.overheid.nl.

Voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs hoef je geen lesgeld te betalen. Gaat je kind naar het voortgezet speciaal onderwijs dan betaal je alleen de boeken voor je kind.

Er zijn verschillende soorten speciaal onderwijs. Het onderwijs is afgestemd op de moeilijkheden die de kinderen hebben door hun handicap. Het speciaal onderwijs is onderverdeeld in vier clusters:

 

  • Cluster 1
    Onderwijs aan blinde en slechtziende kinderen
  • Cluster 2
    Onderwijs aan kinderen met hoor/spraak/taalmoeilijkheden
  • Cluster 3
    Onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen, kinderen met een lichamelijke handicap en kinderen met een meervoudige handicap en kinderen met een lichamelijke ziekte
  • Cluster 4
    Onderwijs aan kinderen met gedragsproblemen en kinderen met een psychiatrische ziekte


Het kinderdagcentrum

Een kinderdagcentrum (KDC) is bedoeld voor kinderen en jongeren met een (ernstige) verstandelijke of meervoudige beperking. KDC's vangen kinderen op vanaf ongeveer 2 tot 18 jaar. De opvang is gratis. Wel vraagt het centrum elk jaar een bijdrage voor uitstapjes en andere leuke dingen voor de kinderen.

Wat kun je verwachten? Om te beginnen krijgt je kind dagopvang en dagbesteding. Ook krijgt je kind hulp en begeleiding. Bijvoorbeeld van een orthopedagoog, een logopedist, een ergotherapeut, een fysiotherapeut of een creatief therapeut. Zo leert je kind zich beter te ontwikkelen. Voor medische zorg (bijvoorbeeld beademing, geven van insuline) is er een verpleegkundige. De begeleiders oefenen met je kind in het zelfstandig dingen doen, zoals aan- en uitkleden, zelf eten en zindelijk worden.

Het KDC geeft je ondersteuning bij opvoedingsvragen. Begeleiders kijken met jou naar aanpassingen die thuis nodig zijn. En zij helpen je met het aanvragen van hulpmiddelen en woningaanpassingen. Vaak zijn er bijeenkomsten van het KDC. Hier hoor je nieuws en ontmoet je andere ouders. Het dagelijks contact tussen ouders en begeleiders loopt meestal via een 'schriftje'. Daarin houden ouders en begeleiders elkaar op de hoogte van het wel en wee van het kind.