Omgaan met uitgaan

Er komt een dag dat je zoon of dochter vraagt of hij of zij uit mag gaan. Naar de disco, de film, de kroeg, een late sportwedstrijd of een jongerencentrum. Er zijn legio uitgaansmogelijkheden in het leven van een puber. Als je puber toestemming krijgt om te gaan, volgt de discussie die hoofdzakelijk om één ding draait: hoe laat moet ik thuis komen? De onderwerpen drank en drugs wil je als ouders misschien wel bespreken, maar de puber begint daar zelden zelf over.

Hobby

Voor pubers is uitgaan een populaire bezigheid. Het wordt vaak bij de drie belangrijkste hobby’s genoemd. Het is ook passend bij de pubertijd, waarin het losmakingproces een belangrijke rol speelt. Pubers willen hun eigen leven gaan indelen en grenzen verkennen en verleggen. Dat laatste speelt zich vooral af in relatie tot hun ouders, want die zijn meestal ‘niet cool’. Vrienden zijn op deze leeftijd de belangrijkste bron van inspiratie.

Uitgaansgelegenheid

Het begint vaak met een verjaardagsfeest, naar de film met vrienden of een schoolfeest. Hoe ouder je zoon of dochter wordt, hoe breder de horizon. Dit betekent nieuwe uitgaansplaatsen: het centrum van de stad, het centrum van een andere stad, een concert of een disco verder weg. Hoe ouder je kind, hoe meer kans hij heeft om te laten zien dat hij met verantwoordelijkheden om kan gaan. Als het goed gaat, is het een stimulans om ook toestemming te geven om eens ergens anders uit te gaan. Door dit te moeten ‘verdienen’ wordt het goede gedrag van bijvoorbeeld op tijd thuis komen ook beloont.

Weet waar je kind naar toe gaat


Weet waar je kind naar toe gaat. Ga een keer (op een ander tijdstip natuurlijk) naar de kroeg of disco waar je kind uitgaat. Proef de sfeer, maak een praatje zodat je een beetje weet hoe het eraan toe gaat. Als de uitgaansgelegenheid verder weg is, kun je invloed uitoefenen door je kind (en vrienden) op te halen. Op die manier heb je de garantie dat ze op tijd en veilig thuis komen. Bouw het uitgaan rustig op, zowel qua locatie als de tijd van thuis komen.

Uitgaansafspraken

Veel ouders maken met hun kind uitgaansafspraken. Deze staan los van het tijdstip waarop je kind thuis moet komen. Afhankelijk van je kind, de locatie en de gelegenheid, kun je afspraken maken over:

 

  • hoe komt je kind naar huis: van te voren bellen, samen met anderen fietsen, samen een taxi nemen
  • nooit alleen uitgaan
  • bellen als je te laat gaat komen
  • bellen als je je ergens onveilig voelt, thuis of elders blijft slapen
  • melden als je thuiskomt
  • drankgebruik
  • drugsgebruik
  • seks


Praten uit zorg

De laatste drie onderwerpen zijn moeilijk om afspraken over te maken. Maar het zijn zaken waarmee hij of zij hoe dan ook in aanraking komt. Gaat je kind er op de verkeerde manier mee om, dan zijn de negatieve gevolgen vele malen groter dan de positieve gevolgen. Laat weten dat je praat uit zorg voor je kind: 'je bent belangrijk en ik vind het daarom belangrijk om te weten waar je bent, met wie, etc. Anders maak ik me zorgen.' Je puber haalt misschien zijn schouders op, maar zal de boodschap erachter wel horen.

Uitgaanstijd

Over hoe laat je kind thuis moet komen, zijn geen standaardregels. Voor de jongere pubers (14-15 jarigen) wordt vaak 1:00 uur als richttijd gegeven. Voor de ouderen komt daar een of twee uur bij. Tijden worden meestal in overleg met het kind zelf vastgesteld. Het is een belangrijk onderwerp van onderhandeling waarbij zowel ouders als kinderen moeten toegeven om tot een compromis te komen. Belangrijke zaken als je gaat onderhandelen zijn:

 

  • Onderhandel vooraf en niet op het laatste moment, neem de tijd ervoor.
  • Onderhandel als iedereen daarvoor in de stemming is (dus niet net na een meningsverschil).
  • Luister goed naar je kind en de argumenten die het heeft om op de door hem voorgestelde tijd thuis te komen.
  • Weet wat voor jezelf als ouder de uiterste grens is (bijvoorbeeld 1.00 uur) en zet dan lager in (bijvoorbeeld. 0.00 uur). Op die manier kun je ook daadwerkelijk water bij de wijn doen.
  • Geef een bloktijd waarin je kind thuis moet komen (tussen 0.45 en 1.15 uur) zodat hij nog even kan kletsen met iemand, de bus vertraging kan hebben, etc.
  • Houd niet bij alle gelegenheden vast aan dezelfde tijd. Naar een disco kan om een andere tijd vragen dan een avondje naar de bioscoop.
  • Spreek af wat de gevolgen zijn als hij op tijd thuis is. Te laat: volgende keer niet uit of korter uit. Is hij twee of drie keer op tijd, dan mag er een half uurtje bij of mag hij een avond extra uit.
  • Check bij ouders van de vriendenclub wat zij in gedachten hebben, probeer ervoor te zorgen dat iedereen op dezelfde tijd thuis moet zijn.
  • De uitgaanstijd kan afhankelijk zijn van het soort feest, het openbaar vervoer, de begintijd van het uitgaan, etc. Houd hier rekening mee bij het vaststellen van de tijd.


Eigen verantwoordelijkheid

Hoe ouder het kind, hoe meer eigen verantwoordelijkheid hij kan dragen. Vanaf een jaar of 16 geven ouders hun kind vaak meer invloed op de tijd van thuiskomen. Op die manier leert een puber omgaan met verantwoordelijkheid en de gevolgen als hij niet op tijd thuis is. (moe, chagrijnig, moeite met school of taken in huis etc.).