Uit huis gaan

Wanneer je kind permanent ergens anders gaat wonen, dan moet je bekijken welke woonvorm het beste past bij je kind. Dat kan een bestaande woonvorm zijn, maar je kunt ook zelf iets opzetten. Er zijn veel vragen rondom zo'n gebeurtenis. Praktische zaken, maar ook vragen die te maken hebben met jezelf: hoe het is om zorg uit handen te geven en toe te moeten vertrouwen aan anderen.

Uithuisplaatsing wil zeggen dat een kind met een handicap niet meer thuis kan wonen. Bijvoorbeeld omdat het kind meer zorg nodig heeft. Uithuisplaatsing heeft een kille klank. Net alsof ouders daar niets over te zeggen hebben. Vroeger was dat ook zo: men vond het 'beter' voor het kind. Gelukkig beslissen ouders en kinderen nu zelf.

Moeilijke stap

Veel ouders vinden uithuisplaatsing een heel moeilijke stap. Misschien wel de moeilijkste in hun leven. Je kind blijft zorg nodig hebben, ook als het niet meer thuis woont. Je denkt waarschijnlijk: waarom geven wij die zorg dan uit handen? Niemand doet zijn kind toch weg? Aan de andere kant kan de zorg gewoonweg te zwaar voor je worden. Vierentwintig uur per dag beschikbaar zijn, dat houdt niemand vol. En je hebt misschien ook andere kinderen die jouw aandacht nodig hebben. En toch... ons gevoel zegt iets anders dan ons verstand. Dat is de ervaring van veel ouders. Weet dat je de beslissing niet alleen hoeft te nemen. Je kunt hulp inschakelen. Het is ook goed je andere kinderen erbij te betrekken. Zij kijken vaak met een frisse blik naar de situatie. En je kunt praten met andere ouders. Dat kan bijvoorbeeld via een ouderorganisatie.