Grenzen aangeven

Grenzen stellen op een dusdanige manier dat je kind direct luistert, is de droom van veel ouders. Maar dat dit geen haalbare kaart is, weet iedereen. Kinderen zijn nou eenmaal geen robotten die altijd direct doen wat je vraagt. Kinderen spelen en horen je niet. of willen je niet horen.

Grenzen aangeven is niet altijd gemakkelijk. Onderstaande tips helpen je een eind op weg.

 

  • Zorg ervoor dat je weet welke grenzen en regels je belangrijk vindt. Praat er met elkaar of met anderen over: wat mag wel en wat mag niet? Het is prettig als er niet te veel, maar wel haalbare grenzen zijn, zodat je niet de hele dag bezig bent met verbieden.
  • Groeit je kind op in een twee-oudergezin, zorg er dan voor dat jullie als ouders onderling op één lijn zitten. Een kind kan weliswaar goed leren omgaan met verschillende regels op verschillende plaatsen (school, opvang of bij vriendjes), maar als er binnen het gezin verschillen zijn, is dit erg verwarrend.
  • Regels moeten zinvol zijn. Kun je op een goede manier uitleggen waarom de regel er is? Dan is er een grote kans dat het een zinvolle regel is. Je kind moet de regel ook kunnen begrijpen, zodat hij weet waarom hij zich aan de regel moet houden.
  • Geef grenzen op verschillende manieren aan. Je vraagt bijvoorbeeld: 'wil je de melk voor mij pakken?' Een kind kan dan 'nee' zeggen. Je kunt het ook voorschrijven: 'Pak de melk even voor mij alsjeblieft.' Welke manier je gebruikt, is afhankelijk van de regel en de situatie.
  • Laat de regels meegroeien met je kind. Nieuwe leeftijdfasen vragen om nieuwe avonturen en dus om nieuwe regels. Tot een jaar of drie hangen regels vast aan personen: ben je erbij, dan weet je kind dat iets wel of niet mag. Tussen drie en zes jaar kan je kind al een groter besef van afspraken krijgen. Vanaf zes jaar is een kind in staat om zich uit zichzelf aan regels te houden omdat hij dat weet en wil. Hoe ouder je kind, hoe meer je hem kunt betrekken bij het opstellen van de regels.
  • Houd rekening met het karakter van je zoon of dochter. Een verantwoordelijk kind kan misschien eerder zelfstandig naar school dan een rouwdouwer die impulsief de straat op rent.
  • Wees consequent! Dit is misschien wel het moeilijkste. Door steeds maar weer dezelfde grens aan te geven, leert je kind omgaan met frustratie en boosheid. Ook leert hij dat drammen geen zin heeft: ‘nee is nee’. Is je kind toch aan het drammen, laat je dan niet leiden door je vermoeidheid, je humeur of de mensen om je heen. Juist dan is het belangrijk om vol te houden en consequent te blijven.


Dan heb je goede afspraken, je weet wat je verwacht van je kind. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat hij ook doet wat jij wilt?

 

  • Het begint allemaal met consequent zijn. Door zelf niet te gaan schuiven met je regels, leert je kind ermee omgaan.
  • Luistert je kind goed ? Dan is het misschien mogelijk om een regel een keer te versoepelen. Het karakter van je kind speelt hierbij een grote rol. Er zijn kinderen die bij de eerste de beste uitzondering daar direct maar een nieuwe regel van maken.
  • Ook is het belangrijk om het goede voorbeeld te geven. Wil je graag dat je kind zijn speelgoed opruimt? Zorg er dan voor dat je eigen spullen ook opgeruimd zijn. Wil je niet dat je kind scheld en vloekt? Doe het dan zelf ook niet.
  • Laat je kind al van jongs af aan meehelpen met dingen in huis. Laat je kind zoveel mogelijk voor het plezier helpen, maar geef hem ook vaste taakjes (naar leeftijd), bijvoorbeeld: bekers naar de keuken brengen.
  • Complimenten geven is ook een goede stimulans voor kinderen. Ze vinden het prettig als ze te horen krijgen dat ze iets goed doen. Dit wordt vaak vergeten, omdat datgene wat ze goed doen, zo ‘gewoon’ is. Maar ook als een kind zijn jas ophangt, uit zichzelf met iets helpt of dankjewel zegt, kun je een compliment geven.
  • Zorg ervoor dat je zoon of dochter kan luisteren: loop naar je kind toe en maak oogcontact. Laat door je stem en gezichtsuitdrukking merken dat je serieus bent.
  • Bied je kind een beperkt aantal keuzen aan en laat hem dan ook datgene doen wat hij gekozen heeft.
  • Als je kind keer op keer niet luistert, kan een time-out helpen. Je haalt je kind even uit de situatie, waardoor er geen verdere opeenstapeling komt van verbieden en boos zijn. De gang op of even op de trap zitten zijn ook goede time-outplaatsen. De slaapkamer van je kind is niet zo geschikt. Dan gaat je kind zijn slaapkamer met straf associëren en is het niet meer een veilige plek om te spelen en te slapen.
  • Als je een straf geeft, is het goed als er een direct verband is met de regel die overtreden is en dat deze zo snel mogelijk in werking gaat. Komt je kind te laat thuis, dan moet hij de volgende keer extra vroeg thuis komen. Gaat het fout, vraag dan niet naar het ‘waarom’ maar vraag je kind wat het heeft fout gedaan en wat hij de volgende keer anders zou kunnen doen.


Cursus

Ook zijn er opvoedcursussen voor verschillende leeftijdscategorieën. Tijdens een cursus krijg je de gelegenheid om met andere ouders van gedachten te wisselen over jouw manier van opvoeden. Ook wordt er aandacht besteed aan verschillende opvoedtechnieken.